Melk moet niet!

Posted by VeganMission 26-01-2016 0 Comment(s) Info,

Als ik deze stelling naar voren breng, dan hoor ik bijna altijd als reactie, met zelfs een zekere angst in de stem:

'Ook al geen melk meer?

Maar daar hoeft een koe toch niet voor dood?' Dat dit iets genuanceerder ligt, zal ik u uitleggen.

 

De koe die goed melk geeft, hoeft nog niet dood. Zij is nog te productief. Maar, oh wee, als haar melkproductie niet meer rendabel is. Dan wacht haar maar één lot... het slachthuis! Zonder bedankje of enig respect wordt moeders genadeloos een pin in haar kop geschoten en opgetakeld aan eng rammelende kettingen.

 

De hals wordt opengesneden.

Met grote bolle rollende ogen in haar kassen van angst en verbazing over zoveel onrecht. Alleen al in ons land worden wekelijks tienduizenden koeien vermoord. Ik zeg vermoord, omdat het woord geslacht de werkelijkheid van de gruwelijke  daad camoufleert. Voor de koe melk kon geven, moest ze eerst een kalf krijgen.

Door mensenhanden werd ze onsmakelijk bevrucht. Dat heet kunstmatige inseminatie.

 

 

Het kalfje dat daarna geboren wordt, is een koetje of een stiertje. Het stiertje heeft maar één bestemming: de dood voor zijn vlees. Als dat al snel gebeurt, heet dat kalfsvlees. Of er wordt nog een tijd doorgemest, dat heet dan vetmesten, met al het leed waarmee dat gepaard gaat.

 

Als het kalf een koetje is, wordt het meestal grootgebracht voor de melkproductie. En zo kom ik dan weer bij de melkkoe waarmee dit drama moest beginnen. En dan te bedenken dat melk voor volgroeide mensen helemaal niet goed is.

 

Waarom niet? Melk komt van een moederzoogdier en dus ook van een moedermens om haar jong c.q. kind mee te voeden. Het bevat allerlei stoffen om de baby snel kracht te geven. Groei, kracht en weerstand om de basis te leggen om, zodra dit kan, op vast voedsel over te gaan en door te groeien. Melk bevat dus alles dat nodig is voor een zuigeling tot peuter.

 

Als volwassenen melk of melkproducten consumeren, nemen ze dus overgeconcentreerd voedsel tot zich. Bovendien reageert het volwassen lichaam natuurlijk (in de dubbele betekenis van dit woord) op dat dunne voedsel dat voor een baby is bedoeld. Mogelijke gevolgen zijn onder meer darmkanker, diarree, slijmvorming in de luchtwegen, vetzucht, ekceem en oorontstekingen.

 

Waarom nemen we dan toch al die melk en vooral melkproducten tot ons? Dat komt gedeeltelijk door de commercie die ons maar aan blijft praten dat melk moet. 

Dus niet!

En dan komt het veelal door gewoonte. Zo zijn we opgevoed!

 

En dan... lekkere koude kwark met muesli is lekker. En kwarktaart en Italiaans ijs of schepijs zijn lekker. En dan vruchtenyoghurt met bosvruchten of milkshake. Koffie met slagroom en slagroomtaart. En dan nog die melkchocolade met vruchten en noten. En al die soorten kaas.

 

Ik schaamde me altijd als men mij een vegetariër noemde. Ik heb dit altijd ontkend. Ik zei dan: 'Ik eet geen vlees! en heel soms vis'. Maar dan ben ik toch geen vegetariër.

 

Nu ik alleen reis ben ik meer zoals ik moet zijn: minder afgeleid door onbelangrijke zaken, gelukkiger. Dat maakt het me makkelijker om nu wel trots te kunnen zeggen, dat ik al enkele weken honderd procent plantaardig leef. En ik voel me er vitaal en levenslustig bij.

 

Ik weet, dat als u mocht besluiten zonder melkproducten te leven, u het heel moeilijk zal krijgen. Uw hele omgeving zal u tegenspreken. Met woorden of met wat er zoal aan verleidingen in de winkels wordt uitgestald. U moet dan wel heel overtuigd zijn om stand te houden. Die overtuiging komt, als u voldoende in uw gevoel getroffen bent door het leed en het onrecht dat die onschuldige dieren wordt aangedaan.

En de dieren die vermoord worden, zijn nog vegetariër ook. De geiten, koeien, schapen en paarden (varkens iets minder, deze eten ook aas).

Probeer eens in een slachthuis te gaan kijken. Waarom is dat zo moeilijk? Wat willen ze verbergen?

 

Als volgt besloot ik op twaalfjarige leeftijd te stoppen met het eten van vlees. Mijn vader was slager, we hadden een slagerij. Als kleine jongen ging ik altijd heel graag mee 'de boer op', zoals we dat noemden. Mijn vader ging dan koeien kopen. Het was in de periode van mijn vijfde tot mijn twaalfde jaar dat ik meeging.

Ik was zeer onder de indruk van dat boerenleven: de geuren, de gezelligheid van de koeien op stal en de warmte die dat meebracht.

 

Ik kreeg al vroeg een brandewijntje mee als er een koop gesloten was. Zo'n koe werd bijna liefdevol betast en bekeken.

Alles vond ik interessant, maar nooit bracht ik als kleine jongen die koe in verband met dat stuk vlees in de winkel, laat staan met het slachthuis. Toch hoorde ik vaak 'slachthuis' en drong erop aan mee te gaan.

Wat ik toen zag en voelde zal ik proberen weer te geven.

 

Een flinke vrachtwagen stopte voor de ingang van het slachthuis. De wagen zat vol kalveren. Waarschijnlijk dus jonge stiertjes, ik denk twee weken oud. De slachter droeg ze voor zich in zijn armen naar binnen, zoals je een kind draagt.

 

 

Leuk jong, speels en gaaf waren ze en ze hadden een onschuldig, lief uiterlijk. In de kale, kille slachthal werden ze op roestvrijstalen, driehoekige kribben gelegd en met kettingen vastgemaakt. Natuurlijk boden ze hevig weerstand en begonnen te spartelen.

 

Dat gerammel van die kettingen, die in die holle hal extra veel lawaai maakten, doen me nu nog rillen. En het draaien van hun ronde ogen die me aankeken, maakten me kapot. Ik wilde naar ze toe gaan, ze bevrijden. Maar mijn vader hield me tegen zei: 'Ze voelen er niets van'.

Ik werd misselijk en wilde weg. Maar ook zien, weten, wat er gebeurde.

 

 

Toen alle kalfjes waren vastgebonden kwam de slachter langs met een soort pistool aan een lang zwart snoer. Daar schoot een pin uit en met een doffe klap werden alle kalveren een voor een doodgeschoten. Daarna lagen ze allemaal zachtjes te trillen, er hing een hele nare, stille sfeer. De slachter ging gewoon door met zijn lopendeband-werk. Ik keek naar zijn gezicht, dat geen enkele emotie vertoonde.

Er kwamen trechters op wielen aangerold, die bij de kalfjes werden gezet. Toen werd hun hals doorgesneden en het bloed stroomde in de trechters. Wat er toen gebeurde, doet me nog de tranen in de ogen branden. Als reactie begonnen de kalfjes weer hevig te spartelen, alsof ze weer tot leven kwamen. En weer zag ik die hulpeloze, vragende ogen en het lawaai van het gerammel van de kettingen ging door merg en been. Ik wilde weg, was kapot en vol ongeloof.

 

Daar vond ik geen begrip voor mijn gevoel. Ik was denk ik zo'n twaalf jaar. Vlees kon ik niet meer zien. Nu ik bijna vijftig ben, wil ik mijn geweten niet langer meer om de tuin leiden. Dat wat je weet, is je geweten. En ik weet dat aan melk veel leed en bloed kleeft, heel veel bloed. In ieder geval een jaar heb ik in Het Paradijs, een levend cultuur- en natuurmuseum in Enschede honderd procent plantaardig eten geserveerd, maar niemand hielp mij met de reden waarom ik dat wilde, maar omdat ik dat wilde.

 

Omdat ik de baas was. Ook u zult merken dat alles u gaat tegenwerken om vol te houden, vooral uw naaste medemens. Maar voel u gesteund door uw eigen gevoel. Tot slot wil ik nog zeggen, dat het niet mijn bedoeling is haat te kweken tegen veetelers, slachters en slagerijen. Iedereen die iets van een dier gebruikt, is deelgenoot aan dit leed. Maar we moeten wel stoppen. Veeteelt en slachten behoren tot het verleden te behoren.

 

Maar maak u geen zorgen, iedereen die van de vlees- of zuivelbranche moet bestaan. Uw boterham en een goed leven zijn u van harte gegund. Er komt veel ander, nieuw en mooi werk voor in de plaats. Veel grond ,die nu voor veeteelt wordt gebruikt is, anders rendabel te maken. De overheid dient het u dan wel veel minder lastig te maken dan ze nu doen. Ik sta aan uw zijde.

 

Adriaan Paradijs Schalken

(oprichter van het aardse Paradijs te Enschede)

 

Binga, Zimbabwe

 

 

bron: isis-veganisme.nl

photo credit: sxc.hu

Laat een reactie achter